Ketendoelarchitectuur

Uit ASTRA
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

KDA - kaders en richtlijnen voor veranderinitiatieven[bewerken | brontekst bewerken]

De Ketendoelarchitectuur (KDA) geeft kaders en richting aan het geheel van veranderinitiatieven van de StrafRechtKeten (SRK), zodat de effectiviteit, samenhang en evolueerbaarheid daarvan toeneemt.

De toename in samenhang dient zowel te gebeuren op operationeel niveau – dat in het dagelijks werk beter met elkaar wordt samengewerkt en dat die samenwerking goed wordt ondersteund door automatisering – als op transformationeel niveau – dat programma’s en projecten in hun resultaten slim op elkaar aansluiten en op elkaar voortbouwen. Het gaat hierbij om het geheel van veranderinitiatieven – immers, ieder los veranderinitiatief kan naar volle tevredenheid van de opdrachtgever zijn uitgevoerd, terwijl het gerealiseerde geheel toch volstrekt ineffectief en star is. Bij effectiviteit be-perkt de KDA zich qua ambitie bewust tot de effectiviteit van de StrafRechtKeten (SRK) als geheel; dus niet om de prestaties van de individuele ketenpartijen, maar om de prestaties die alleen de strafrechtketen als geheel kan leveren, zoals samenhangend optreden naar en informeren van een slachtoffer, of het grip houden op de doorlooptijden van een individuele casus. Verder beperkt de KDA zich bewust tot het geven van kaders en richting – het geeft geen Grand Design voor de hele strafrechtketen – maar het geeft bewust gekozen inperkingen van ontwerpruimte, zodanig dat, als project en programma’s zich bij het ontwerp daaraan houden, de effectiviteit, samenhang en evolueerbaarheid van het geheel voldoende is geborgd, zonder dat ieder project zich daarover zorgen hoeft te maken.

De Strafrechtketendoelarchitectuur richt zich dus op de keten. Daarmee is deze anders dan de architectuur voor een organisatie. Aspecten als eigen verantwoordelijkheid van de deelnemende partijen, in de strafrechtketen extra onderstreept door rechtsstatelijkheid, en uitwisseling met andere ketens of netwerken leggen een sterk accent op uitwisselbaarheid (interoperabiliteit) en de afspraken daar-over. En die eigen verantwoordelijkheid is een extra motief om als KDA ons niet te bemoeien met de inrichting van de informatiehuishouding van de individuele ketenpartners – naast het feit dat iedere ketenpartner zijn eigen tempo van ontwikkeling daarvan zoveel mogelijk zelf moet kunnen blijven bepalen.

Als we het over de Strafrechtketen hebben, dan is daarbij ook het netwerkperspectief inbegrepen, met nadruk op wederzijdse afhankelijkheden. Over ketens en netwerken merkt W. Borst Verdachte in de ketens op: “Het strafrechtproces kent een juridische sequentie en is daarmee een keten, ook al wordt er in netwerken samengewerkt. Een keten is een netwerk, maar een netwerk is niet altijd een keten.” De “keten” werkt in de praktijk ook niet altijd volgordelijk: executieverantwoordelijken zoals de Kinderbescherming dragen bij aan het begin van de keten, en de politie kan worden ingezet voor lijfsdwang aan het eind van de keten.

De samenwerking waaraan de Strafrechtketendoelarchitectuur wil bijdragen wordt aangeduid als “interoperabiliteit” in het ISA Europees interoperabiliteitsraamwerk. Deze mikt op …het verbeteren van openbare diensten door middel van eind-tot-eindintegratie en -automatisering, het beter benutten van betrouwbare informatiebronnen en het openbaar ma-ken van publieke gegevens, waarbij men ervoor zorgt dat de omgang met documenten van burgers en ondernemingen verloopt overeenkomstig de regelgeving voor gegevensbescher-ming, ten einde het vertrouwen te vergroten. (…) Daartoe is een gecoördineerde aanpak nodig, op alle niveaus, bij het voorbereiden van wetgeving, wanneer overheidsdiensten hun bedrijfs-processen organiseren, bij het beheren van informatie en bij de ontwikkeling van IT-systemen voor de tenuitvoerlegging van openbare diensten.”

ISA Europees interoperabiliteitsraamwerk

De Strafketendoelarchitectuur is, geplot op ISA Europees interoperabiliteitsraamwerk, leidend voor de lagen informatie en applicatie uit het raamwerk. Daarnaast is er een sterke samenhang met de andere gebieden van het raamwerk, in het bijzonder de eisen die aan de lagen proces en infrastructuur worden gesteld.

3901 downloaden 24px.pngDownload het Ketendoelarchitectuur pdf-document 3901 downloaden 24px.pngDownload de visualisatie van de Ketendoelarchitectuur

Uitgangspunten voor de strafrechtketenarchitectuur[bewerken | brontekst bewerken]

Wetgeving en rechtsstatelijkheid[bewerken | brontekst bewerken]

Poster de strafrechtketenarchitectuur.png

Rechtsstatelijke verhoudingen en de daarmee gepaard gaande autonomie met sterke checks en balances[1] zijn kenmerkend voor de SRK. Deze komen voort uit onze staatsinrichting, de grondwet, en zijn vertaald in wetgeving zoals het wetboek van Strafvordering, de Politiewet, de wet op de Rechtelijke Organisatie, etc. Het Informatieberaad (IB) heeft dit vastgelegd in de Leidende Principes Digitalisering en de SRK-AR heeft dit uitgewerkt in het eerste architectuurprincipe Rechtsstatelijkheid.

De leidende principes en het principe van Rechtsstatelijkheid leiden tot een gedistribueerd IV-Landschap dat de autonomie respecteert, met minimale koppeling tussen de processen, organisaties en IV. Waarbij om de digitale datasoevereiniteit te waarborgen de implementatiekeuze is gemaakt om gegevens op meerdere plaatsen op te slaan. Het laat ook de ruimte voor ketenpartners om de eigen IV naar eigen inzicht in te richten. Een IV-Landschap dat, zoals de OGB-portefeuillehouder Architectuur het formuleert, ”als het ware een ‘spiegel’ dient te zijn van het juridisch stelsel. De informatievoorziening mag geen afhankelijkheden of voorzieningen creëren die strijdig zijn met dat juridische stelsel.” Bij de te stellen eisen aan de informatievoorziening is onderscheid te maken naar fases in het proces (vb. vervolging, berechting en ten uitvoerlegging) als ook zaakinhoud en ondersteuning (vb. dossierinzage, biometrische voorziening, identiteit justitiabele en digitale handtekening).

Het gedistribueerde landschap waarbij gegevens op meerdere plaatsen voorkomen stelt eisen aan het kunnen traceren van die informatie om integriteit en authenticiteit te waarborgen. In de memorie van toelichting op de Wet digitale Processtukken Strafvordering 2014 [MDP] wordt gesteld dat het onderscheid tussen origineel en kopie van een document (of informatie) in de digitale wereld onwerkbaar is. De nadruk moet liggen op de traceerbaarheid en onweerlegbaarheid van informatie als ook van (fysieke) bewijsmiddelen. Geconcretiseerd in de begrippen digitale bewaarketen en digitale bewerkingsketen. Wat op zijn beurt weer eisen stelt aan helderheid over verantwoordelijkheden van de ketenpartners.

De rode draad door al deze kenmerken is dat er wel wederzijdse verplichtingen en afhankelijkheden zijn tussen de ketenpartners. Er is op deze onderwerpen geen sprake van een gezamenlijke ketenverantwoordelijkheid. Iedere ketenpartner heeft de verantwoordelijkheid om bij te dragen zodat de keten goed kan functioneren.

Samen én autonoom[bewerken | brontekst bewerken]

Informatisering in een keten is anders dan in een organisatie en kan ook niet gezien worden als de optelsom van de verschillende organisaties. Bij keteninformatisering staat communicatie tussen functionarissen en/of organisaties centraal, in plaats van (gezamenlijke) registratie[2]. De KDA onderkent daarom interactiepatronen om communicatie te duiden. In de keten concurreren keten- en netwerksamenwerking (de horizontale krachten) met organisatiedoelstellingen en -hiërarchie (de verticale krachten). Daar komt bij dat in de keten niemand de “baas” is (zie Ketens de baas).

Zoals gesteld zijn er in de strafrechtketen wederzijdse afhankelijkheden en verplichtingen. Geen van de organisaties kan zonder de informatie van de ander. En alleen gezamenlijk kan het “product” van de keten geleverd worden [VIK].

Om de informatievoorziening te richten en te sturen zijn afspraken nodig. Onderlinge afspraken om interoperabel met elkaar te zijn. Interoperabiliteit is daarmee een voorwaarde voor het realiseren van business- en digitaliseringsdoelstellingen en ambities.

De KDA richt zich op interoperabiliteit op de niveaus van semantiek en techniek. De KDA agendeert vraagstukken die op de bovenste lagen (juridisch en organisatorisch) beantwoord moeten worden en stelt ook (vorm)eisen aan deze lagen om daarmee congruent te kunnen zijn.

Mantra[bewerken | brontekst bewerken]

De Ketendoelarchitectuur (KDA) richt zich op de informatievoorziening (afspraken, processen, mensen, middelen) om de communicatie tussen ketenpartners te ondersteunen.

Het mantra geeft uitdrukking hier aan.

De strafrechtketen kan digitaal, betrouwbaar, veilig en eenvoudig gegevens over personen, ‘zaken’[3], beslissingen en bewijsmiddelen uitwisselen. Zo zijn deze gegevens vanuit ieder gewenst perspectief, binnen en buiten de keten tijdig en volledig beschikbaar, voor iedereen die ze nodig heeft en mag gebruiken, om te kunnen handelen, beslissen, leren, besturen en verantwoorden.

Kernpunten van de strafrechtketenarchitectuur[bewerken | brontekst bewerken]

Volgen en verantwoorden[bewerken | brontekst bewerken]

Volgen en verantwoorden

Rechtsstatelijke verhoudingen en de daarmee gepaard gaande autonomie zijn kenmerkend voor de SRK. Dit impliceert een gedistribueerd IV-Landschap dat die autonomie respecteert, met minimale koppeling tussen de processen, organisaties en IV. Er zijn echter wel wederzijdse verplichtingen en afhankelijkheden. Dat vereist allereerst dat verantwoordelijkheden ten opzichte van elkaar duidelijk zijn. Dienstoriëntatie ondersteunt het expliciteren van die verantwoordelijkheden, maar respecteert tegelijkertijd de autonomie van de ketenpartners. Het betekent daarnaast dat ketenpartners informatieobjecten aan elkaar moeten kunnen overdragen of delen. De authenticiteit en integriteit van de overgedragen of gedeelde informatie moet gewaarborgd zijn, zodat deze informatie bruikbaar blijft voor de uitvoering van ieders wettelijk voorgeschreven taken. Dat vergt wel dat informatieobjecten net als in een logistieke keten geïdentificeerd en gevolgd kunnen worden, van eerste ontstaan bij een ketenpartner tot later gebruik ervan bij andere ketenpartners.

Gegevensstrategie[bewerken | brontekst bewerken]

Gegevensstrategie logo.png

Ketenpartners in de SRK hebben de autonome bevoegdheden om hun taken en verantwoordelijkheden in te richten en uit te voeren naar eigen inzicht. Ook het verwerken en delen van informatie valt onder die autonome bevoegdheid. Om echter in een keten te kunnen samenwerken, moeten informatieobjecten tussen ketenpartners uitgewisseld worden. Dat stelt eisen aan de manier waarop informatieobjecten tot stand komen en aan hoe ze in de keten gedeeld worden. Een informatieobject dat van belang is voor andere ketenpartijen moet in de keten uniek kunnen worden geïdentificeerd. Ook worden informatieobjecten niet zomaar ‘rondgepompt’, maar worden er strenge eisen gesteld aan het ‘kopiëren’ van informatieobjecten. Zo moeten informatieobjecten altijd zijn voorzien van de afgesproken metadatering en waarborgen voor authenticiteit en integriteit, zodat zij met behulp van de bewaarketen (inzicht in wie het informatieobject onder zijn hoede heeft gehad) en bewerkingsketen (inzicht in wat door wie met het informatieobject is gedaan en wat het resultaat daarvan was) altijd traceerbaar zijn.

Interoperabiliteit[bewerken | brontekst bewerken]

Interoperabel logo.png

Om de informatievoorziening in de SRK te richten en te sturen zijn afspraken nodig. Onderlinge afspraken om interoperabel met elkaar te zijn.

Interoperabiliteit is het vermogen om met elkaar te kunnen samenwerken gericht op het bereiken van gezamenlijke (keten)doelen, door

  • afstemmen van de diensten op elkaar
  • onderling kennis en informatie te delen
  • uitwisseling van gegevens

Interoperabiliteit is daarmee een voorwaarde voor het realiseren van business- en digitaliseringsdoelstellingen en ambities van de SRK.

De KDA richt zich op interoperabiliteit op de niveaus van semantiek en techniek. De KDA agendeert vraagstukken die op de bovenste lagen (juridisch en organisatorisch) beantwoord moeten worden en stelt ook (vorm)eisen aan deze lagen om daarmee congruent te kunnen zijn.

Dat betekent:

  • duidelijkheid over grondslagen en verantwoordelijkheden voor leveren van diensten
  • voldoende eenheid van taal (semantiek) en gebruik van bronnen
  • afspraken over technische standaarden voor uitwisseling
  • inzet van  ketencommunicatievoorzieningen

Aandacht voor interoperabiliteit vergroot het aanpassingsvermogen en vereenvoudigt de implementatie van wetswijzigingen en het aansluiten van nieuwe ketenpartners.  

Ketencommunicatievoorzieningen[bewerken | brontekst bewerken]

Ketencommunicatie logo.png

De Ketencommunicatievoorzieningen vormen een raamwerk van elf samenhangende ‘onderwerpen’. Het is het leidingstelsel, de energie en water voor de samenwerking op informatievoorziening in de keten.

Ketencommunicatievoorzieningen zijn onderwerpen waar ketenpartners met elkaar:

  • afspraken over moeten maken;
  • zo nodig standaarden voor moeten afspreken en toepassen;
  • waarvoor eigen ICT-voorzieningen veelal aangepast of ontwikkeld moeten worden;
  • waarvoor eventueel een gezamenlijke ICT-voorziening nodig is;
  • toezicht en handhaving moeten inrichten.

Als we digitaal willen communiceren in de keten dienen we op ketenniveau vier vragen te beantwoorden:

  1. Begrijpen: Allereerst moeten we weten waar we over communiceren, met welk doel en waar de informatie vandaan komt.
  2. Vertrouwen: Vervolgens is de vraag: hoe kan ik de (het) verkregen informatie(object) vertrouwen?
  3. Communiceren: Dan is de vraag: hoe komen informatieobjecten van de ene ketenpartner bij de andere?
  4. Verantwoorden: Hoe tonen we aan dat we voldoen aan wet- en regelgeving?

Langs deze indeling zijn ook de ketencommunicatievoorzieningen te ordenen:

Betekenis en bronnen Voorziening gericht op de betekenis van data, bronnen: “Wat betekent dit? En hoe noemen we dit?” en ”Waar is welke data voor wie te verkrijgen?”.
  • E-Semantiek
  • Integriteit, authenticiteit en transparantie Voorzieningen gericht op integriteit en authenticiteit van data en transparantie: de basis onder de bewaarketen en de bewerkingsketen.
  • E-Status
  • E-Index
  • E-Handtekening
  • Technisch uitwisselen Voorzieningen gericht op techniek voor het uitwisselen van data.
  • E-Koppeling
  • E-Distributie
  • E-Portalen
  • E-Makelaar
  • Rechtmatigheid uitwisselen Voorzieningen gericht op het voldoen aan wet- en regelgeving. Als we data uitwisselen dienen wij aan wetgeving te voldoen.
  • E-Compliance
  • E-Archief
  • E-Toegang
  • Transitiestrategie[bewerken | brontekst bewerken]

    Transitiestrategie logo.png

    De transitiestrategie beschrijft een aanpak om te komen van het huidige verknoopte en inflexibele IV-landschap naar de beoogde informatievoorziening in lijn met de KDA. Dit is een proces van continue verbeteren in kleine beheerste stappen.

    De transitiestrategie laat zich samenvatten in vijf uitgangspunten. Ketenpartners:

    • werken doorlopend aan het implementeren van de KDA,
    • bewaken de balans tussen tijdig doen en goed doen,
    • houden rekening met elkaars prioriteiten en beperkingen,
    • denken groot maar handelen beheerst,
    • investeren in de ketenvoorzieningen met bijbehorende expertisecentra van de keten.

    Versiebeheer[bewerken | brontekst bewerken]

    De actueel geldende versie van de Ketendoelarchitectuur is Versie 1.0 definitief.

    Afstemming[bewerken | brontekst bewerken]

    NaamRol/functieDatumVersie
    Opdrachtgeversberaad Digitalisering strafrechtketenVerdiepingssessie15-4-2020Versie 0.6 concept
    Architectuurraad StrafrechtketenBehandeling finaal concept17-6-2020Versie 1.0 concept
    Opdrachtgeversberaad Digitalisering strafrechtketenBehandeling ter vaststellingjuli 2020Versie 1.0 concept
    Bestuurlijk Keten BeraadBehandeling ter bekrachtiging10 september 2020Versie 1.0 definitief

    Wijzigingen[bewerken | brontekst bewerken]

    Wijzigingen en verwerking reviewcommentaar

    WijzigingNaam en organisatieDatumVersie
    Inhoudelijke bijdragen architectuurraadJos van Dijk20-5-2020Versie 0.7 concept
    Eindredactie consultatieversieFrank Hendriksen, Renzo Wouters12-6-2020Versie 1.0 concept
    Definitieve versieRenzo Wouters14-9-2020Versie 1.0 definitief
    1. Staatsrecht-systeem waarbij overheidsbevoegdheden over verschillende organen worden verspreid en ieder orgaan bij de uitoefening van zijn bevoegdheden verantwoording verschuldigd is aan een ander orgaan.
    2. Deze stelling sluit een gezamenlijke registratie niet uit. Denk hierbij o.a. aan de Strafrechtketen Database voor de leidende administratieve identiteit. Grote terughoudendheid is echter wel geboden.
    3. De zaak bestaat niet, net zoals het dossier. Dat maakt het zo dringend om verschillend geordende informatie over organisatiegrenzen heen te kunnen relateren. Streven naar een eenduidige definitie van zaak of dossier voor iedereen is een kansloze missie.