Ketensamenwerkingsmodel

Uit ASTRA
Ga naar: navigatie, zoeken

De “strafrechtketenbrug”

De “strafrechtketenbrug” (hierna “de brug”) is een visualisatie van de leidende principes digitalisering strafrechten. (Dit zijn andere principes dan de architectuurprincipes strafrechtketen, zie Gerelateerde architectuurkaders.) De vier pijlers verbeelden de hoofdstappen in het strafproces: opsporen, vervolgen, berechten en tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen. Met de metafoor van de brug wordt uitgedrukt:

  • een scherpe demarcatie tussen eigen verantwoordelijkheid en gezamenlijke voorzieningen;
  • dat de leggers en bogen staan voor het overdragen en delen van informatie. De transitiesystemen zijn van de ketenpartners en zijn de verbinding tussen de interne systemen (het fundament) en de keten.

Samenwerkingsmodel van de strafrechtketen

De brug is de metafoor om de eigenstandige verantwoordelijkheid (zie Rechtstatelijkheid van de ketenpartners duidelijk te maken (die krijgt vorm in de pijlers van de brug) alsook om uit te drukken dat informatie op een gestandaardiseerde manier wordt uitgewisseld (dat gebeurt via de leggers en de bogen). Daarmee ligt de verantwoordelijkheid voor inhoud en betekenis van de gegevens in de pijlers en niet bij de leggers en bogen. De leggers en de bogen van de brug ondersteunen de communicatie en coördinatie tussen alle ketenpartners, en in alle richtingen. De brug krijgt vorm vindt plaats met behulp van een beperkt aantal gemeenschappelijke en ketenvoorzieningen. Deze voorzieningen werken wij uit in het katern Gemeenschappelijke voorzieningen. Bij het ontwerp van de brug zijn ontkoppeling en eenheid van taal kernbegrippen. Daarmee geeft de brug niet alleen een technische oplossing voor de informatie-uitwisseling, het behelst ook afspraken maken, daarop toezien en die handhaven. De verbinding tussen de leggers van de brug en de pijlers vindt plaats met behulp van Transitiesystemen. Deze verzorgen de aansluiting van de systemen van de ketenpartner op de brug en de eventuele vertaling (van formaten, protocollen en gegevens) die daarbij nodig is. Iedere organisatie is zelf verantwoordelijk voor de realisatie en instandhouding van zijn eigen transitiesystemen. Partijen kunnen daarbij wel gebruik maken van dezelfde technologie. Om interoperabiliteit te waarborgen vindt de uitwisseling tussen legger en transitiesysteem plaats volgens afgesproken semantische en technische standaarden. De transitiesystemen verbergen voor de keten het interne applicatielandschap van de ketenpartner (information hiding), terwijl ze intern met de systemen van de ketenpartner verbonden zijn. Met het maken van (afspraken over het gebruik van de) ketenvoorzieningen wordt voorkomen dat er point2point koppelingen ontstaan tussen primaire processystemen van verschillende ketenpartners.